Naast koolhydraten, eiwitten, vitaminen en mineralen heeft uw lichaam ook vetten nodig om te kunnen functioneren. Omdat vet als dikmaker bij uitstek bekend staat heeft het een negatief imago. Vetten zijn echter uiterst belangrijke voedingsstoffen.

De functies van vet in het lichaam zijn:

N

Brandstof: het lichaam gebruikt vetten als brandstof voor energie

N

Bouwstof: vetten maken deel uit van alle weefsels en cellen

N

Opslag en opname: de vitamines A, D, E en K worden opgeslagen en opgenomen met behulp van vetten

N

Bescherming: weefsels met veel vet beschermen organen, terwijl vetweefsel een isolerende werking heeft tegen kou

N

Regulering: vetten (met name Cholesterol) zijn de grondstof voor een groot aantal

N

hormonen; hormonen zijn de boodschapperstoffen die heel belangrijk zijn in het regelen van onze lichaamsfuncties.

Vetten zijn ook belangrijk voor een soepele huid en soepel haar, en ze spelen een belangrijke rol bij het zien. Voedsel met vet erin smaakt lekker en voelt prettig in de mond. Het geeft bovendien een verzadigd gevoel. Vet heeft ook een smerende werking op onze ontlasting.

Echter, van vetten hebben we niet zoveel nodig. Alles wat we meer eten aan vet dan we op dat moment nodig hebben, wordt opgeslagen in vetcellen. Daarom associëren we vet met dik. Het is daarom goed te weten dat ook het eten van teveel suiker of koolhydraten resulteert in het opslaan van vet!! Daarnaast worden vetten in verband gebracht met hart- en vaatziekten. Ook hier geldt in de eerste plaats dat het dan over het algemeen gaat om het eten van te veel vet en dan ook nog van een bepaalde soort.

Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren en glycerine. De meeste vetten zijn een combinatie van verschillende vetzuren.

5

Verzadigde vetzuren (vv)

zijn vetzuren die helemaal klaar zijn; het lichaam kan ze niet meer veranderen in de vetzuren die het nodig heeft.Verzadigde vetzuren zijn bijvoorbeeld vlees en zuivelproducten en kokosvet.
Grofweg worden de verzadigde vetten gezien als slechte vetten. Deze zijn weliswaar nodig als leverancier van energie en ondersteunen het transport van belangrijke voedingsstoffen, maar een overschot aan verzadigd vet draagt onder andere bij tot verhoging van het LDL- cholesterol. Deze vorm van cholesterol heeft de neiging samen met andere stoffen, met name eiwitten en calciumzouten, bij te dragen aan de vorming van plaque en verhoogt daarmee o.a. het risico van hart- en vaataandoening.

 

5

Onverzadigde vetzuren (ov)

kunnen door het lichaam omgebouwd worden in vetzuren die het nodig heeft. Een aantal van deze vetten zijn belangrijke basisstoffen. Twee van deze onverzadigde vetzuren kan het lichaam zelf niet aanmaken, ze moeten dus via de voeding worden opgenomen. We noemen dat essentiële vetzuren. ; bijv. vis (omega 3 vetzuur) en olijfolie (omega 9 vetzuur)

5

Transvetzuren

zijn onverzadigde vetten die bewerkt zijn. Zij worden gedeeltelijk gehard of gehydrogeneerd. Dit wordt gedaan om het smeltpunt te verhogen en de houdbaarheid te vergroten. Doordat de industrie graag gebruik maakt van deze vetten krijgen we er veel van binnen.
Transvetzuren komen ook in de natuur voor in kleine hoeveelheden zitten ze in melkproducten en rund- en lamsvlees. Hoewel transvetzuren onverzadigd zijn is de structuur zodanig veranderd dat het lichaam ze niet meer kan gebruiken voor de productie van andere vetzuren.